Overdracht maatregelen

De indeling van deze arbocatalogus volgt de arbeidshygiënische strategie, dit is een algemene aanpak waarmee risico’s in bedrijven worden bestreden. Dit betekent in de arbocatalogus PSA, dat allereerst wordt gestreefd naar bronmaatregelen (dus het voorkomen van PSA).

In dit hoofdstuk zal verder worden ingegaan op maatregelen (interventies) die kunnen worden genomen om ongewenst gedrag te signaleren en aan te pakken. Een aantal van de hieronder genoemde oplossingen kan ook bijdragen aan het oplossen van werkdruk problematiek, bijvoorbeeld door dit te signaleren, bespreekbaar te maken en/of te melden. Naast de (bron-) maatregelen de al eerder zijn genoemd, zijn geen specifieke overdrachtsmaatregelen voor werkdruk beschreven.

i. Technisch
Nvt

ii. Organisatorisch

Signaleren, melden en registreren
Ongewenst gedrag kan pas worden aangepakt als dit wordt gesignaleerd en gemeld. Er zijn verschillen tussen ongewenst groepsgedrag en ongewenste 1-op-1 situaties. Om ongewenst gedrag te kunnen herkennen, zijn de verschillen tussen groepsgedrag en 1-op-1 situaties uitgewerkt in onderstaand overzicht.

Ongewenst groepsgedrag Ongewenste 1-op-1 situaties
Is vaak zichtbaar, maar wordt soms niet als ongewenst herkend Speelt zich af tussen de pleger en het slachtoffer
Iedereen kan ongewenst groepsgedrag signaleren, maar het is belangrijk dat de leidinggevende het gedrag als ongewenst herkent en benoemt Pleger heeft er belang bij het gedrag te verbergen en het slachtoffer durft er niet over te praten
Leidinggevende kan ook meedoen Komen vaak voort uit een onopgelost conflict
Kan door iedereen gemeld worden Komen alleen aan het licht als een slachtoffer dit zelf meldt

Het melden van ongewenst gedrag gebeurt bij of door de leidinggevende(n). De leidinggevende zal hierop adequaat en vooral snel moeten reageren. In bijlage 5 ‘interventiemogelijkheden’ zijn diverse interventiemogelijkheden toegelicht.

Een klachtenreglement en een klachtencommissie kan nuttig zijn om klachten te beoordelen en te behandelen, bijvoorbeeld als er onduidelijkheid bestaat over de toedracht van een melding. Bijlage 3 ‘voorbeelden klachtenreglement’ en bijlage 4 ‘voorbeeld klachtenprocedure’ geven aan de hand van voorbeelden aan wat hierin geregeld kan worden.

Opvang van slachtoffers
Bij zwaardere vormen van ongewenst gedrag moet opvang van slachtoffers geregeld worden. Hiervoor is deskundige hulp noodzakelijk, bijvoorbeeld door een hiervoor opgeleide vertrouwenspersoon. Als het slachtoffer lichamelijke of psychische klachten vertoont, kan de vertrouwenspersoon doorverwijzen naar de bedrijfsarts of psycholoog.

 

Gevaren en risico’s

Psychosociale Arbeidsbelasting (PSA) komt voort uit diverse (stress)factoren die in werksituaties voorkomen. PSA kan leiden tot werkstress (ofwel werk gerelateerde stress) bij medewerkers, waardoor zowel voor medewerkers als voor werkgevers schadelijke situaties ontstaan.

In iedere sector, en dus ook in de PKGV industrie komt PSA in meer of mindere mate in twee hoofdgroepen voor: werkdruk en ongewenst gedrag (pesten, discriminatie, agressie en geweld, seksuele intimidatie). Deze begrippen legt iedereen op zijn eigen manier uit. Werkdruk wordt bijvoorbeeld vaak verward met werkbelasting door ‘hard werken’. Hierdoor wordt ten onrechte verondersteld dat het aanpakken van ‘werkdruk’ tot een lagere productiviteit en een slechter bedrijfsresultaat leidt. Om inzicht te krijgen in PSA risico’s volgt hieronder een korte toelichting op de stressfactoren, die tot PSA kunnen leiden.

1. Werkdruk is de spanning die een werknemer ervaart doordat hij niet kan voldoen aan de gestelde kwalitatieve en kwantitatieve taakeisen. Werkdruk ontstaat als werknemers worden blootgesteld aan (te) hoge eisen of (te) lage eisen in relatie tot wat zij kunnen en aankunnen en zij tegelijkertijd onvoldoende mogelijkheden hebben om hun situatie te veranderen. Medewerkers verliezen daardoor het overzicht en de controle op hun werk. Als dit lang aanhoudt, kan dit werkstress geven en leiden tot overspannenheid en burn-out.

2. Ongewenst gedrag. Hieronder vallen alle handelingen met een bedreigend, vernederend of intimiderend karakter:
a. Pesten. Hieronder verstaan we: vijandig, vernederend of intimiderend gedrag, dat steeds gericht is op dezelfde persoon. Het gebeurt vaak en gedurende langere tijd. De persoon die het doelwit is, kan zich er niet effectief tegen verweren.
b. Discriminatie. Discriminatie is het ‘onderscheid maken’ tussen mensen, o.a. op grond van godsdienst, geslacht, ras, hetero- of homoseksuele geaardheid, nationaliteit en leeftijd.
c. Agressie en geweld. Dit zijn voorvallen waarbij een werknemer psychisch of fysiek wordt lastig gevallen, bedreigd of aangevallen onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het verrichten van arbeid. Bij agressie en geweld gaat het om gedragingen van verbaal geweld (uitschelden, beledigen) en fysiek geweld (schoppen, slaan). Het kan ook gaan om psychisch geweld zoals bedreigen en intimideren.
d. Seksuele intimidatie. Ongewenst gedrag met seksuele gevoelswaarde met als doel of gevolg dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast.

PSA komt in alle sectoren, in alle bedrijven en bij alle voorkomende functies voor. PSA is binnen bedrijven ongewenst, omdat hierdoor werkstress ontstaat bij medewerkers. Gevolgen van werkstress zoals een verhoogd ziekteverzuim, lagere productiviteit, daling van kwaliteit en een grotere kans op ongevallen zijn schadelijk en hebben dus aandacht nodig. Met deze catalogus wordt beoogd om het onderwerp ‘Psychosociale Arbeidsbelasting’ binnen de PKGV industrie onder de aandacht te brengen, waarbij informatie en instrumenten beschikbaar gesteld worden om PSA aan te pakken.

Wettelijk kader en ambitie

Wetgeving

In de wet is bepaald dat de werkgever een beleid moet voeren ter voorkoming of beperking van Psychosociale Arbeidsbelasting (PSA), dit is vastgelegd in artikel 2.15 van het Arbobesluit.

Artikel 2.15. Maatregelen ter voorkoming of beperking van psychosociale arbeidsbelasting
1. Indien werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan psychosociale arbeidsbelasting worden in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, de risico’s ten aanzien van psychosociale arbeidsbelasting beoordeeld en worden in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 5 van de wet, met inachtneming van de stand van de wetenschap maatregelen vastgesteld en uitgevoerd om psychosociale arbeidsbelasting te voorkomen of indien dat niet mogelijk is te beperken.
2. Aan werknemers die arbeid verrichten waarbij gevaar bestaat voor blootstelling aan psychosociale belasting wordt voorlichting en onderricht gegeven over de risico’s voor psychosociale arbeidsbelasting alsmede over de maatregelen die er op zijn gericht die belasting te voorkomen of te beperken.

De aanpak van PSA moet deel uitmaken van het arbeidsomstandighedenbeleid en de werkgever is verplicht om mogelijke PSA-risico’s mee te nemen in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Het plan van aanpak dat op de RI&E is gebaseerd, moet maatregelen bevatten om PSA te voorkomen of te beperken. Ook moet de werkgever voorlichting geven over de risico’s van PSA en de maatregelen die zij kunnen nemen om PSA te voorkomen of te beperken.

Branchespecifieke waarden

De PKGV industrie heeft de ambitie om:
• Actief beleid te voeren op PSA zodat schadelijke en/of belastende vormen van PSA zoals werkdruk en ongewenst gedrag herkend en aangepakt worden.
• Kaders aan te geven voor de inhoud van op bedrijfsniveau op te stellen gedragscodes, waarmee bedrijven ongewenst gedrag kunnen benoemen.
• Instrumenten beschikbaar te stellen waarmee PSA kan worden gemeten en beoordeeld.
• Maatregelen voor te stellen voor bedrijven, waarmee werkdruk en ongewenst gedrag voorkomen of verminderd kan worden.